Safe Talk – meer begrip door het echte verhaal

Ik krijg vaak de vraag wat ik nou precies doe en leg dan uit wat we met Safe school doen. Een van de onderdelen van het eendaagse programma is de safe talk.

Als ik de klas in loop is de leraar nog aan het napraten over de voorstelling What’s appening? Ik zeg dat ze een kring mogen maken. ‘Wat denken jullie dat de Safe Talk inhoudt’, vraag ik als we eenmaal zitten. ‘Praten over problemen’, roept de jongen naast mij gelijk. Een ander vult aan: ‘Over je gevoelens praten.’ Ik voel een beetje weerstand. Aan de houding van een aantal leerlingen af te lezen, hebben ze zich voorgenomen om dit niet te doen. ‘We zijn zeker niet van plan om te gaan janken’, zegt een meisje stellig.

Ik spreek de regels af: ‘Wie de bal heeft spreekt en de rest luistert dan naar wat diegene te vertellen heeft.’ Daarna is het tijd voor de voorstelronde. Het eerste meisje noemt haar naam en voegt eraan toe dat familie heel belangrijk is voor haar en dat ze de voorstelling leuk vond. De bal gaat rond. De andere dertig kinderen geven bijna hetzelfde antwoord: naam, familie is belangrijk en voorstelling was heel leuk. Ik laat het gebeuren.

In de tweede ronde geven ze een cijfer aan hun leven en aan de school. De eerste tien kinderen geven een negen. Daarna geeft een meisje haar leven een zes. Op dat moment weet ik dat het een mooie Safe Talk zal worden. Na het cijferrondje ga ik terug naar haar en zeg haar te weten dat er veel moed voor nodig is om, na al die hoge cijfers, een zes te geven en dat dat cijfer misschien zelfs nog te hoog is.

Ze begint te huilen. Ze vertelt in de kring dat ze het leven niet makkelijk vindt en dat ze daar soms last van heeft. De klas is muisstil… Als ik vraag of ze dit wisten, klinkt het eensluidend ‘nee’. Ik vraag of er nog iemand wil terugkomen op zijn of haar cijfer. Een jongen met een vrolijk gezicht pakt de bal. Voordat er een woord over zijn lippen komt, barst hij in huilen uit. Hij brabbelt iets over zijn moeder, maar door het snikken versta ik hem niet. Dat geeft niet, want ik zie dat hij zijn overvolle emotionele emmer probeert te legen. Daarmee zet hij de eerste stap. Als ik hem vraag of het oplucht, kijkt hij me aan met een nog vriendelijker gezicht dan daarvoor en zegt: ‘Heel erg!’

Een andere jongen vertelt dat hij een heel irritant broertje heeft. Ook hij begint te huilen. Hij vertelt dat zijn broertje ADHD heeft en dat alle aandacht in het gezin uitgaat naar dat jochie. Hij zegt dat er veel spanningen in huis zijn en dat hij moeite heeft zich te concentreren. Als ik vraag wie zich in dit verhaal herkent, steken een stuk of zeven kinderen hun hand op. Nóg zeven kinderen die zich thuis niet voldoende gezien voelen. Niet omdat ze niet goed genoeg zijn, maar juist omdat hun ouders denken dat ze het niet nodig hebben. De jongen voelt zich gesteund en zegt dat hij dacht dat hij de enige was en niet wilde zeuren.

Dan is het de beurt aan een prachtig meisje. Ze is heel verlegen. Ze geeft haar leven en school beiden een acht. Iets in mij zegt dat ik bij haar moet blijven. Ze wil ‘m direct doorgeven, maar ik vraag haar de bal nog even vast te houden. Ik zeg niets… Terwijl ze de bal in haar handen houdt, vraag ik haar of de klas haar goed kent. Ze schudt voorzichtig met haar hoofd. Ik vraag haar of ze dat anders zou willen zien en ik krijg een bescheiden knikje. Daarna fluistert ze zachtjes: ‘Ik zou wel willen, maar ik durf niet zo goed.’
Een ander meisje zegt dat de andere kinderen alleen maar weten dat ze uit een ander land komt en dat ze graag zou willen dat ze haar beter leren kennen. Ze begint te vertellen over haar vader. ‘Papa werkt in Singapore en kan hier niet wonen. Ik mis hem zo…’ Ze huilt en een paar klasgenootjes slaan een arm om haar heen en proberen haar te troosten met teksten als ‘dat is toch logisch’.

Na een lang gesprek vraag ik of het verlegen meisje terug wil komen op haar cijfers. ‘Nee’, zegt ze, ‘het blijft toch een acht, want ik heb de allerliefste mama van de wereld en dat is een heel hoog cijfer waard.’ Hierna legt ze de bal in het midden. Die blijft daar niet lang liggen, want de verhalen blijven komen.

Uiteindelijk pakt een heel wijs meisje – misschien iets te volwassen voor haar leeftijd – de gelegenheid om te zeggen dat ze trots is op haar klas en dat ze zich beschikbaar stelt voor klasgenoten die willen praten over hun problemen. Ze voegt eraan toe dat ze blij is omdat er nu zo vrij gesproken wordt. Ze hoopt dat ze het vaker zullen doen. We eindigen met een complimentenrondje waarin iedereen een waardig compliment krijgt. Bij de docent zie ik een lach van blijdschap en een traan van ontroering.

En ik ben dankbaar voor wederom een mooie Safe Talk. Terwijl ik dit schrijf voel ik ook schaamte. Er zou niet zoveel ellende mogen zijn, maar die is er wel. De emmertjes moeten zo nu en dan geleegd worden. Ik ben me er bewust van dat je zonder donker geen licht kunt ervaren en dat je persoonlijkheid gevormd wordt door ervaringen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we in een bijzondere tijd leven waarin kinderen ons spiegelen wat er mis is met het systeem. We leven in een tijd waarin authenticiteit steeds meer waarde krijgt. En dat vind ik zo gaaf aan kinderen: je krijgt wat je ze geeft.

Deze Safe Talk is één van de velen die ik in de afgelopen acht jaar heb mogen voeren en zeker geen uitzondering. De verhalen zijn heftig, soms zelfs extreem pijnlijk, maar het niet uiten van emoties is nog veel pijnlijker. Zolang er kinderen zijn met dit soort verhalen hoop ik met Safe School het vuurtje – dat in iedereen zit maar soms bijna gedoofd is – aan te mogen wakkeren. Iedereen is het namelijk waard om de allermooiste versie van zichzelf te zijn!

 

Liefs,

Tamara

 

P.S. Raakt dit bericht je en werk je zelf met kinderen of ken je mensen die met kinderen werken én hiermee geholpen zouden zijn, neem dan vooral contact met ons op. We zijn immers niet voor niets met het What’s Appening? programma genomineerd voor de Nationale Onderwijsprijs!

FullSizeRender

 

By | 2017-01-09T16:48:14+00:00 januari 9th, 2017|Blog, Nieuws|